Stel: je hebt hevige menstruatiepijn, je buik krampt, je kunt nauwelijks rechtop zitten. Maar je gaat gewoon naar kantoor. Want ziekmelden voor menstruatieklachten? Dat klinkt als iets wat je niet doet.
Die gedachte is vertrouwd voor veel vrouwen. Ondertussen neemt de discussie over menstruatie op de werkvloer langzaam toe, zeker na Spanje in 2023 als eerste Europees land menstruatieverlof wettelijk vastlegde. In Nederland heerst er nog steeds een groot taboe, en dat kost ons meer dan we denken, zowel persoonlijk als economisch.
Hoeveel kost dat zwijgen eigenlijk?
Hormonale klachten, van menstruatiepijn tot endometriose en de overgang, zijn verantwoordelijk voor zo'n 10 procent van het totale ziekteverzuim onder vrouwen in Nederland. Dat lijkt misschien niet veel, maar het bedrag loopt snel op: naar schatting kost dit het bedrijfsleven jaarlijks ruim 2 miljard euro aan direct verzuim. En dan is er nog het zogenoemde presenteïsme: vrouwen die wél aanwezig zijn, maar door pijn, vermoeidheid of concentratieproblemen ver onder hun kunnen presteren. Dat stuk is veel lastiger te meten, maar ook veel omvangrijker.
Endometriose alleen al treft naar schatting 1 op de 10 vrouwen. Veel van hen lopen jarenlang met klachten rond voordat de diagnose wordt gesteld. In die tussentijd werken ze gewoon door, of proberen dat, terwijl ze chronische pijn, uitputting en soms ook angst meedragen. Dat zegt iets over hoe normaal het is geworden om vrouwenklachten te negeren, ook op de werkvloer.
Het gaat ook dieper dan pijn alleen. Vrouwen produceren tijdens verschillende fases van hun cyclus andere hormoonspiegels. In de folliculaire fase, direct na de menstruatie, stijgen oestrogeen en testosteron, waardoor je je scherper, energieker en creatiever voelt. In de luteale fase, vlak voor je menstruatie, daalt die energie juist. Wie daar geen rekening mee houdt en zijn werkweek gewoon lineair doorloopt, laat een groot deel van zijn eigen potentieel liggen.
Menstruatieverlof: willen vrouwen dat eigenlijk?
Ja en nee. Uit onderzoek van EenVandaag blijkt dat de meeste vrouwen wél behoefte hebben aan menstruatieverlof, maar tegelijkertijd bang zijn voor hun positie op de arbeidsmarkt. En dat is begrijpelijk: zodra je zichtbaar maakt dat je soms minder productief bent door je cyclus, geef je werkgevers ook een mogelijke reden om je minder snel te bevorderen of aan te nemen.
Dat spanningsveld verklaart waarom het debat zo vastzit. Spanje deed het als eerste Europese land, maar de invoering verliep niet zonder kritiek. Vrouwen die in sectoren werken zonder flexibiliteit of doorbetaalde ziekdagen, vielen er buiten. En in landen als Japan en Zuid-Korea bestaat menstruatieverlof al decennia, maar amper iemand maakt er gebruik van, puur door de sociale druk en schaamte die ermee gepaard gaat. Het principe klinkt goed; de praktijk is weerbarstig.
In Nederland is er wettelijk gezien nog niets geregeld. Wie menstruatieklachten heeft, meldt zich ziek of bijt door. Meer opties zijn er officieel niet. Vier op de tien vrouwen vinden dat een wettelijk kader er wel moet komen, maar een meerderheid twijfelt of dat de juiste weg is. Liever flexibiliteit zonder etiket, zo klinkt het vaak.
Wat bedrijven wél kunnen doen
Wachten op wetgeving is niet nodig. Een groeiend aantal bedrijven loopt al voorop en laat zien dat kleine aanpassingen al flink verschil maken:
- Flexibele werktijden — thuis werken op dagen met klachten, zonder dat je je hoeft ziek te melden
- Open gesprekscultuur — leidinggevenden trainen om normaal over vrouwengezondheid te praten, zonder ongemak of omwegen
- Vitaliteitsprogramma's voor vrouwen — niet alleen stresspreventie, maar ook concrete kennis over hormonen, endometriose en de overgang
- Bewuster roosteren — vergaderingen en presentaties zoveel mogelijk plannen in periodes met meer energie, voor zover dat praktisch haalbaar is
- Openheid in beleid — HR-documenten die vrouwengezondheid benoemen als een relevant werkonderwerp, niet als uitzondering
TNO werkt samen met werkgevers aan een zogenoemde Health at Work Scan, waarmee bedrijven precies zien waar vrouwengezondheid in hun organisatie aandacht vraagt. Grote namen als Achmea, NS en Rabobank doen hier al aan mee. Dat dit inmiddels een thema is op managementniveau, zegt iets: het wordt eindelijk serieus genomen.
Wil je als werknemer zelf stappen zetten, maar voelt een gesprek met je leidinggevende nog te groot? Begin dan klein. Zorg dat je weet wat je rechten zijn bij ziekte. Ken de fases van je eigen cyclus. En zoek, als het kan, collega's die er al over praten. Verandering begint zelden van bovenaf.
De cyclus als kracht, niet als last
Er is een verschuiving gaande in hoe we naar de vrouwelijke cyclus kijken. Steeds meer coaches en gezondheidsprofessionals raden cycle syncing aan: je werkweek, sport en sociale afspraken bewust afstemmen op de fase waarin je zit. Niet om klachten te ontwijken, maar om je energie en focus te benutten op de momenten waarop die van nature pieken.
Wil je hier meer over weten? Lees ook hoe je meer energie krijgt door je dag af te stemmen op je cyclus. Of ontdek waarom vezels zo'n grote rol spelen in je dagelijkse energiepeil.
Het idee dat je cyclus puur een nadeel is, is achterhaald. De folliculaire fase geeft veel vrouwen een merkbare boost in concentratie en analytisch denken. Die kwaliteiten worden op de werkvloer alleen zelden herkend als iets cyclisch, omdat we dat gesprek nauwelijks voeren. Terwijl het gesprek wél gevoerd kan worden, zonder dat het hoeft te gaan over beperkingen of uitzonderingen.
Dit verdient gewoon een normaal gesprek
Het taboe op menstruatie op de werkvloer bestaat niet omdat vrouwen er liever niet over praten. Uit vrijwel elk onderzoek blijkt het tegendeel. Het bestaat omdat de werkomgeving er nog niet klaar voor is: leidinggevenden die ongemakkelijk worden bij het woord menstruatie, HR-beleid dat vrouwengezondheid behandelt als een persoonlijk probleem in plaats van een structureel vraagstuk.
Dat verandert gelukkig langzaam. Steeds meer organisaties zien vrouwengezondheid als iets dat de productiviteit en betrokkenheid van de helft van hun personeel rechtstreeks raakt. En hoe eerder die verschuiving doorwerkt in concrete maatregelen, hoe beter, voor vrouwen én voor de organisatie als geheel. Want een werkvloer waar vrouwen zichzelf niet hoeven te verbergen, werkt voor iedereen beter.